50% completed

Vandaag ben ik aanbeland in week 20 van de zwangerschap. Halverwege dus. Ergens kan ik dat nog maar slecht geloven. Halverwege al?!
Het voelt nog vrij onwerkelijk, alsof ik een aantal weken gemist heb. Misschien heb ik dat ook wel omdat ik zo ontzettend ziek ben geweest.

progressbar-50

Dat ben ik nu ondertussen niet meer. Sinds een paar weken ben ik niet meer continu zo ongelooflijk misselijk. Ik kan weer uit bed en ik kan ook weer eten. Nog niet alles maar het begin is toch echt gemaakt. Vreemd blijft het wel, die maag van mij. Verse, warme, havermoutpap komt er ’s ochtends direct weer uit, maar verse, warme Brintapap blijft er prima in. Een boterham met kaas drijft een minuut later in het toilet maar een boterham met chocoladepasta kan ik prima eten. Andijviestamp met rookworst gaat goed, bloemkool met gekookte aardappelen is een drama. Er is soms geen peil op te trekken en wat vandaag goed gaat kan morgen een ramp zijn en andersom. Ik vind het allemaal prima, ik ben al lang blij dat ik me niet meer zo ziek voel en de kilo’s me niet meer om de oren vliegen. Ik ben er heel wat kwijtgeraakt, kilo’s. Zoveel dat ik nu, met 20 weken zwangerschap, nog altijd maatje 34 draag en daar een riem in moet doen waar ik een extra gaatje heb moeten prikken. Een buik is nergens te bespeuren.

Dat heeft zo zijn voor- en zijn nadelen. Het voordeel is dat ik mijn eigen spijkerbroeken voorlopig nog gewoon aan kan en dat ik nog niet hoef te investeren in positiekleding. Het is een voordeel dat ik nog gewoon heerlijk op mijn buik kan slapen, dat mijn buik me nooit in de weg zit en dat mijn winterjas dicht kan nu het kouder is geworden buiten. Het nadeel is dat niemand ziet dat ik zwanger ben. Soms is dat onhandig, soms is het gewoon niet zo heel erg leuk en soms is het buitengewoon hilarisch. Zoals vorige week, toen ik voor een zwangerschaps-BH naar de winkel ging en de mevrouw die kwam vragen of ze me ergens mee kon helpen zei dat een BH niet altijd handig is om cadeau te geven. ‘Nou, mevrouw’, zei ik. ‘Ik zoek een BH voor mezelf. Ik ben namelijk bijna twintig weken zwanger’. De mevrouw wist even niet wat ze moest zeggen en ik kon mijn lachen niet inhouden. Hilarisch was het ook toen ik ziek was geworden van rode kool met hachee. Mijn darmen bliezen enorm op en mijn buik leek uit elkaar te knappen. Een toiletbezoek hielp niet en dus liep ik met een joggingbroek de huiskamer in om daar tegen Gert te zeggen: ‘moet je zien joh, hoe opgeblazen ik ben. Ik lijk wel zwanger!’

Het was allemaal iets minder hilarisch toen mijn aangezichtszenuwen totaal overstuur raakten door een ontsteking. Ik kreeg afschuwelijke pijn en de tandarts waar ik normaal kom zei dat hij niets kon zien aan de kies en dat ik maar een pijnstiller moest nemen. Een pijnstiller? Een paracetamol deed helemaal niets en verder kon ik natuurlijk niets nemen. Ik besloot om mijn oude tandarts op te bellen, waar ik jaren patiënt ben geweest voor ik verhuisde. Ik mocht meteen langskomen, ze wisten er schijnbaar nog goed wie ik was. Een klein uur later zat ik huilend in de auto naast Gert, op weg naar de kaakchirurg. De zenuw reageerde niet op de verdovingen die de tandarts had gezet en de pijn was afschuwelijk, ondraaglijk en onmenselijk. De tandarts kon niets anders dan me doorverwijzen naar de kaakchirurg, die zou moeten gaan beslissen of ik onder narcose geholpen zou moeten worden of niet. Narcose tijdens de zwangerschap is niet goed, zo simpel is het. Dat zouden we niet gaan doen, de baby ging nu voor. Maar ja, wat dan?
Verblind door de pijn hing ik aan de arm van Gert en kwamen we aan bij de kaakchirurg. Hij had ooit, 20 jaar geleden, ook een geval meegemaakt van iemand die zoveel pijn had maar niet onder narcose kon. Hij kon het proberen te verdoven zoals hij dat destijds had gedaan. Het was veilig voor de baby en niet geschoten was altijd mis. De verdoving zou niet lang werken en er was vanwege dat tijdgebrek maar één optie: die kies moest eruit zodat de ontsteking ruimte kreeg en niet meer op de zenuw drukte. pregnancy
15 injecties later was de boel verdoofd en kon de kies worden getrokken. Ik kon de beste man wel zoenen, zo blij was ik. Ik had nu alleen geen enkele kies meer in mijn mond dus hoe ik de komende maanden zou moeten eten was me nog even een raadsel. Na de bevalling zullen we daar een oplossing voor moeten bedenken. Tot die tijd had ik verwacht alvast Olvarit in te moeten slaan. Nu, vier weken later, ben ik er redelijk aan gewend en kan ik vrij veel dingen gewoon eten.

Week 18 en 19 waren eigenlijk vooral heel erg leuk. Ik wandel weer met Nelson en geniet volop van de kleine wiebelkont in mijn buik. Dat is namelijk een ander voordeel van zo dun zijn, ik voelde het kindje al in week 17. Gert voelde het kindje een week geleden ook al schoppen. Het maakt het wel echt levendig, zo’n bewegend wezentje in je buik. Ik vind het heerlijk in elk geval.

Wat ik ook heerlijk vond was het dagje shoppen met mijn schoonmoeder en schoonzus. We gingen de hele dag op pad om van alles te kopen voor de baby. Van ledikantlakentjes tot luieremmer, van alles zochten we uit. Het was genieten met een hoofdletter. We lachten wat af samen en kletsten honderduit. Ook daar ging het natuurlijk over mijn buik, of het gebrek daaraan, en we spraken af dat we later misschien nog eens konden afspreken om voor postitiekleding te gaan winkelen. Ik vind het een heel goed idee!

Wat ik ook heel leuk vind om te doen is het kiezen van namen. Zou het een jongetje, of een meisje worden? Bij veel namen zie je ineens ook een gezicht en herinner je dat je iemand gekend hebt met die naam. Het brengt leuke verhalen naar boven om aan elkaar te vertellen.
Ook het schilderen in huis is nu iets dat ineens gedaan wordt. Dat wilde ik al zodra we hier kwamen wonen maar telkens kwam er iets tussen. Nu de kleine komt, en we de kamers anders zullen gaan inrichten, is het ineens veel leuker om er ook meteen echt werk van te maken en aan het schilderen te slaan. En zo sta je dan ineens op een zondagmiddag te schilderen samen. Het is weer eens wat anders dan samen paardrijden.
Want dat paardrijden, dat gaat helaas niet meer lukken. Ik heb heel veel conditie moeten inleveren en ik ben ontzettend snel moe. Mijn balans is daarnaast ook nog wat minder en hoewel ik nog geen buik heb komt het moment dat het niet meer verantwoord is om te rijden ook al snel dichterbij. Ik mis het enorm, het paardrijden. Gelukkig ben ik zwanger in de winter, dat maakt dat ik vaak naar buiten kijken en kan denken: ‘wat héérlijk dat ik nu niet in de stromende regen ons paard hoef te rijden!’ Ach, dat paardrijden komt wel weer. Eerst maar lekker zwanger zijn.

Ondanks dat ik zo ontzettend ziek ben geweest en zoveel ben afgevallen gaat het met ons kindje allemaal goed. Hij of zij beweegt zich lekker en groeit keurig. Wat is het toch bijzonder, 20 weken zwanger. Die 20 weken zijn omgevlogen. Ergens kan ik niet wachten tot ons kindje er is, en ergens vind ik het heerlijk dat we nog even de tijd hebben om te wennen aan het idee dat die wiebelende baby straks niet meer in mijn buik zit maar in ons huis woont.