Blatende schapen

Wat was het warm gisteren. En wat heeft mijn lijf daar last van. Mijn benen willen niet, mijn armen doen het maar half en ik loop de halve dag met hoofdpijn. In de zon kan ik het gewoon niet volhouden.

Nu ben ik niet voor één gat te vangen, en dus heb ik een ‘zomerse dagen schema’. Zo ook gisteren. Om zes uur ging de wekker en stond ik fit langs mijn bed. Een uur later had ik ontbeten, liepen de paarden op de wei en zat Nelson met zijn halsband om klaar om te gaan wandelen. Het was heerlijk rustig in het losloop-gebied en Nelson had er pret voor tien.

Rond half twaalf zette ik de paarden in de paddock. Ze kunnen daar lekker in de stallen gaan staan als ze willen, uit de zon, en dat vonden ze een prima plan. Nelson wilde in huis op de koude tegels liggen. De konijnen kregen een parasol boven hun ren zodat ze ook in de schaduw konden en maakten hier dankbaar gebruik van. Paardjes blij, hondje blij, konijnen blij.
Nu hebben wij wat schapen van een kennis hier lopen om ons weiland te begrazen. En de schapen lagen in de volle zon. Ik maakte hun drinkbak schoon en vulde hem met schoon water en terwijl ik dat deed zag ik ze hijgen van de warmte. Arme schapen.

Dat kon natuurlijk niet, vond ik. En dus ging ik, met zware benen, richting huis voor een parasol. Niet dat ze daar met z’n 13 tegelijk onder zouden kunnen maar ach, het was beter dan niets. Ik sleepte me een ongeluk en maakte de parasol vast een de omheining van de longeercirkel. Moe maar voldaan klapte ik het ding uit en zag plotseling 13 schapen doodsbang naar de andere kant van het weiland rennen. ‘Schapen, hallo, dit is niet de bedoeling!’ Ach, ze zouden er vast snel aan wennen en in de schaduw gaan liggen.

Ik ging naar binnen, instaleerde mezelf op de bank en besloot anderhalf uur te slapen. Mijn lijf had rust nodig met die warmte. Anderhalf uur later bleek dat de schapen niet aan de parasol waren gewend. Ze lagen allemaal nog steeds zo ver mogelijk van dat enge ding vandaan in de volle zon. Bedankt hoor schapen! Mag ik zeggen dat ik jullie een tikkeltje ondankbaar vind?

20150603_173142

Later die middag zat ik in de keuken en zag ik in mijn ooghoek iets wits voorbij flitsen. Het was de parasol voor de schapen, die door de wind gegrepen bij de buren het weiland in waaide. Ook dat nog!
Ik hoopte dat niemand me achter mijn eigen parasol aan zag rennen die ik voor de schapen had neergezet die er doodsbang voor bleken, want erg intelligent vond ik mezelf niet. Ik klom over de omheining, hees de parasol eroverheen en hoorde achter me een hard ‘bèèèèèèè`’. Het waren de schapen, die allemaal kwamen kijken wat ik in hemelsnaam aan het doen was. Dat durfden ze dan weer wél.