Braaf schaap

Voor de meeste mensen om mij heen zal het geen nieuws meer zijn, maar voor diegene die het nog niet weten: ik ben zwanger!
Vandaag precies 14 weken. Het is een dolle tijd, zo’n zwangerschap. Echt een dolle tijd. Of een tijd om dol van te worden, het is maar net hoe je het ziet.

Het was 29 juli 2016. Precies 19 jaar geleden dat ik mijn ongeluk kreeg. Gert en ik grapten nog heel leuk of we wel een zwangerschapstest moesten doen of dat we wel konden vertrouwen op de misselijkheid en de huilbuien. Natuurlijk deden we een test en die vertelde ons wat we eigenlijk al wisten. Zwanger! Ik moest ervan huilen. Zoals ik om alles moest huilen de laatste dagen.
Zoals die ene avond, met Gert buiten in de tuin. We keken naar de vallende sterren, de hond lag tussen ons in. En toen, zomaar ineens, begon ik te snikken. ‘Wat hebben we het toch goed hier, vind je niet?!’ Of de dag na de vakantie, toen Gert ’s avonds thuiskwam van zijn werk. Ik zag hem binnenkomen en ik vond hem zó lief, dat ik er spontaan een huilbui van kreeg. Best grappig, die hormonen. We konden er samen heerlijk om lachen.

aankondiging-facebook

Waar we iets minder om konden lachen was de misselijkheid. In het begin was ook dat nog best geinig. Groen en geel van Aerro afstappen, in de kruiwagen spugen tijdens het uitmesten van de stallen of in de bosjes tijdens de wandeling met Nelson. We zagen er soms best de humor van in. Tot het toch wel wat uit de hand begon te lopen, die misselijkheid. Er kwamen steeds meer dagen dat ik eigenlijk helemaal niets kon eten. Dat ik blij was als ik een kiwi op had op een dag. Een hele kiwi op een hele dag. En twee glazen water. Op die dagen was ik zo misselijk dat ik eigenlijk met goed fatsoen gewoon niet uit bed kon. Ik deed het wel, maar eigenlijk ging het niet. Maar kom op, ik was zwanger, niet ziek! Ik gaf mezelf een schop onder mijn kont en ging wat doen. Toen Gert op een ochtend naar zijn werk was en ik mezelf weer uit bed hees besefte ik dat het zo niet langer ging. Ik had al dagen niets meer gegeten en die ochtend kon ik ook geen water meer binnen krijgen. Ik belde de verloskundige en mocht meteen langskomen. Ze zag me zitten in de wachtkamer, een flesje water in de ene hand en een plastic zak in de andere. Ik kon amper rechtop zitten.
Al snel belde de verloskundige naar het ziekenhuis. Daar moest ik even langskomen om te kijken wat we zouden gaan doen. Er moest iets gebeuren, want niet kunnen eten én niet kunnen drinken was natuurlijk niet goed. Ik reed naar het ziekenhuis en was blij toen ik er was. Ik hoopte dat ze me iets zouden kunnen voorschrijven en dat ik snel weer thuis in mijn bed zou kunnen liggen. De paarden stonden nog op de wei, de hond was nog niet uitgelaten. Maar eenmaal binnen bleek dat ik niet zomaar weer buiten zou staan. Mijn urine werd gecontroleerd en ik bleek behoorlijk uitgedroogd. Ik moest aan het infuus. Mijn lichaam was spieren aan het afbreken om het verlies van vocht en voeding te compenseren. Het ging echt niet goed. ‘Ik ben zwanger’, zei ik tegen de arts, ‘misselijk zijn hoort er gewoon bij.’ Maar zo misselijk zijn als ik was, nee, dat vond hij er toch niet gewoon maar meer bij horen.

Een uur later was alles geregeld. Ik had een infuus in mijn arm dat op volle snelheid vocht in mijn lichaam pompte. Ik mocht niet naar huis om de paarden binnen te zetten of de hond uit te laten. Mijn lichaam kon het niet meer aan op deze manier. Ik kon niets anders doen dan op bed liggen met mijn ogen dicht in de hoop dat het minder zou worden allemaal. De gynaecoloog had me uitgelegd dat ik een zwangerschapsziekte had. Hyperemisis Gravidarem (afgekort HG), oftewel een extreme vorm van zwangerschapsmisselijkheid. In mijn bloed zat een belachelijke hoeveelheid zwangerschapshormoon waar ik alleen maar heel erg ziek van kon worden. Er was niets aan te doen. Ik kreeg medicijnen en vocht. Verder was het afwachten. Soms herstelde het lichaam zich na een aantal dagen “doorspoelen”, maar soms niet. Soms ging het na 12 weken beter, soms ook niet. Ik mocht 24 uur niets eten of drinken om de maag tot rust te laten komen. Wat vond ik dat een heerlijk nieuws! Geen gevecht om iets binnen te krijgen en te houden was een hele grote stap voorwaarts.

20160820_115053_resized

De drie liter vocht per etmaal die ik kreeg deden niet zo heel erg veel. Ik was en bleef 24 uur per dag ongelooflijk misselijk. Eten ging niet, drinken ook niet. Het enige wat ging, was op mijn rug in bed liggen. Op mijn zij liggen ging niet, dan moest ik spugen. Rechtop zitten ging ook niet, dan werd ik zo misselijk dat ik er bijna van in paniek raakte. Op mijn rug liggen dus. Van lezen werd ik misselijk. Van internetten ook. Ik hield mijn ogen dicht en lag stilletjes te wachten tot het beter zou gaan en moest de tranen soms toch wel weg slikken. Het was gewoon niet leuk allemaal.

Het duurde lang voor het beter ging. Ik ging het ziekenhuis uit en drie dagen later lag ik er weer in. Het hele circus van niet eten of drinken, infuus prikken, drie liter vocht per etmaal krijgen en stilletjes in bed liggen begon weer van voor af aan. De arts wilde sondevoeding geven maar dat zou nog wel eens heel ingewikkeld kunnen worden met mijn gereconstrueerde neus. We belden met Utrecht, het ziekenhuis waar ze mijn neus hebben gemaakt, en de gynaecoloog durfde het niet aan. Ondertussen was ik ongelooflijk veel afgevallen en had ik ruim 10 kilo ondergewicht.

Uiteindelijk mocht ik na een flink aantal dagen naar huis. Ze konden niets voor me doen, daar kwam het eigenlijk op neer. Met het gebruik van medicijnen kon ik steeds hele kleine slokjes appelsap drinken en kwam ik precies aan de minimale hoeveelheid vocht die ik moest hebben. Dat was voor nu genoeg. Ik kreeg vloeibare voeding voorgeschreven van de diëtiste en als ik daar elk half uur een slokje van dronk dan had ik aan het eind van de dag drie flesjes op. Dat mochten er zes zijn, maar we waren al blij met drie.
Zo ging ik naar huis. Wat was ik blij om Nelson weer te zien, de paarden buiten te zien staan, weer in mijn eigen omgeving te zijn. Maar zoals ik al vaker had ervaren valt het soms niet mee om thuis te zijn. Gert belde zijn baas en kreeg alle medewerking om thuis voor mij te kunnen zorgen. Ik kon namelijk niets zelf. Ik kon op mijn rug op de bank liggen, opstaan en naar het toilet lopen en weer terug. Ik was acht weken zwanger, de roze wolk was toch best wel grijs. Nog minstens vier weken te gaan voor het beter zou kunnen worden.

De mevrouw van de dieetvoeding belde. Welke bestelling ik wilde plaatsen, wanneer die bezorgd zou kunnen worden en voor wie het was. Ze vroeg me ook hoe het kwam dat ik zoveel voeding nodig had. Ik vertelde haar van de misselijkheid, het niet kunnen eten en de zwangerschap. ‘Ooooh mevrouw, wat leuk! Gefeliciteerd! Geniet er maar van, hoor, van deze mooie tijd!’ Ik zei maar even niets. Genieten? Haha. Die had iets niet begrepen geloof ik.
Op de vensterbank van de keuken stonden behoorlijk wat kaartjes. Kaartjes met ‘Beterschap’ en foto’s van fruitmanden en kaartjes van ‘Hoera! Zwanger!’. Het was best een bijzondere combinatie.

Van die lieve Gert kreeg ik een abonnement op Netflix. Ik kon dan misschien geen marathons meer wandelen met Nelson, ik kon wel een marathon serie-kijken houden. Dat was toch iets. Ik kwam er mijn tijd stukken beter mee door.
Ondertussen bleven we er ook vooral om lachen. We konden er eigenlijk wel om huilen, maar wat had dat voor zin? En dus zei ik met een knipoog tegen Gert dat hij me toch wel een iets minder lastige baby had mogen geven. Grapte ik dat de baby nu al op hem leek, omdat het zo protesteert tegen verse groenten en fruit en liet ik de echoscopiste in de lach schieten toen ik heel serieus zei dat de baby natuurlijk weer op zijn vader leek toen ze vertelde dat het zo eigenwijs was dat het niet even goed wilde gaan liggen voor een mooie echo. ‘Het heeft twee hele mooie hersenhelftjes. Die zijn al prima ontwikkeld’, zei ze. ‘Natuurlijk’, zei ik, ‘dat heeft het van mama.’
Ik grap geregeld dat het ziek zijn wel als voordeel heeft dat ik voorlopig nog geen positiekleding nodig heb omdat mijn broeksriem nu toch echt wel een paar gaatjes strakker zit dan vóór de zwangerschap en dat ik waarschijnlijk na de bevalling niet hoef te gaan lijnen.

wp_20160930_008

3-D echo van ons 12 weken oude kleintje.

Ondertussen weten we ook al wat het wordt als we iedereen mogen geloven. De één zegt dat je echt zeker een meisje krijgt als je zo misselijk bent. Van een jongetje ben je lang niet zo ziek. De ander zegt dat het een teken is dat je een intelligent kind krijgt en weer een ander dat je een kind krijgt met lang haar. Oftwel: wij krijgen een vrouwelijke Einstein met het haar van Rapunzel. Leuk!

Vandaag ben ik veertien weken zwanger. De magische twaalf weken zijn gepasseerd. De baby doet het prima, mams doet het ietsjes minder. Mams ligt namelijk nog steeds op haar rug op de bank voor broedmachine te spelen. Het is wel wat verbeterd. Ondertussen ben ik niet meer elke dag zo heel erg ziek maar om de dag. Die ene dag kan ik eventjes van de bank. Even de paarden op de wei zetten, of even met de stofzuiger door het huis. Niet allebei, dat lukt meestal niet, maar ik ben nu overal blij mee. Eten gaat ook iets beter. Ik kan fruit uit blik eten (vers fruit wil deze baby niet, gewoon echt absoluut niet, net zoals groenten en vlees), ijs (raar maar waar, ijs gaat goed in alle vormen, kleuren en smaken, het is een kleine zoetekauw daarbinnen) en wit brood met aardbeien, het liefst met extra suiker (ik zei toch al dat het een zoetekauw is!). Warm eten lukt niet. Soms eet ik een keer een tosti, dat gaat dan nog wel. Ook met wit brood want bruin brood vind mijn baby te gezond. Eten valt nog steeds in mijn maag als vloeibaar beton, dus nadat ik iets gegeten heb ben ik een uur of twee helaas niet het zonnetje in huis.

Sinds een paar weken weet ik ook ineens wat doorliggen is. En dat je daar echt, echt, écht niet vrolijk van wordt. Tjonge wat kan het pijnlijk zijn om steeds op dezelfde botten te moeten liggen. Gelukkig gaf iemand me de tip om een speciale schapenvacht te bestellen. Er zijn namelijk speciale, hele dikke schapenvellen tegen doorliggen. Wat een verademing! De plekken die ik had zijn (op één na) genezen en er zijn er geen meer bijgekomen. Braaf schaap!

Er is nog steeds wel een kans dat het omslaat of beter gaat worden. Misschien volgende week, misschien bij 20 weken of misschien pas veel later. We wachten het maar gewoon geduldig af. Tot die tijd houden we maar vast aan de reclameboodschap van het schoonmaakmerk HG.

HG: doet wat het beloofd!