Mies

Onze veestapel is, onbedoeld, weer uitgebreid. Sinds een tijdje hebben we er namelijk een kat bij. We hebben haar Mies gedoopt.
Eigenlijk is Mies een rare naam voor deze kat. Bij Mies denk je namelijk aan een lieve, rustige, aanhankelijke poes. “Aap, Noot, Mies” klinkt heel lief en zorgzaam. Lief is nu niet echt de eerste karaktereigenschap die je bedenkt bij Mies. Wat dat betreft hadden we haar beter Monster kunnen noemen. Of Tijger. Of Pasopvoorjevingers.

Mies is wild. Of op zijn minst ontzettend verwilderd. Volgens mij heeft ze een tijdje vanaf een afstand zitten beoordelen bij welk huis ze het beste kon aankloppen. Waarschijnlijk heeft ze de paarden op de wei zien lopen, gezien dat die altijd de beste zorg krijgen die er is en heeft ze ons met liefde met de paarden en de hond zien werken en heeft ze van Nelson gehoord dat er een vriezer vol vlees in de garage staat. Hoe dan ook zat ze op een dag bij ons in de loods. Doodsbang en broodmager. Mijn dierenhart kon het natuurlijk niet aanzien en ik gaf haar na een paar dagen wat melk. Niet goed voor een poes, ik weet het, maar ach. Een beetje melk gaan ze niet dood van en dit beest had echt honger. Het zag er niet uit alsof ze nog weg ging en ze was zo dun… Na twee dagen verving ik de melk door voer. Ze at alsof ze in weken niets meer gegeten had.

Poes

Na een week kon ik wat dichter in de buurt komen en zag ik tot mijn grote schrik een hele dikke, ronde buik. Mies was drachtig. Ja joh, waarom ook niet?! Ik belde de dierenambulance van Helmond, het asiel in Deurne, belde een stichting voor straatkatten en de dierenarts. Een uur lang ging ik van het kastje naar de muur waarbij de uiteindelijke conclusie was dat niemand deze kat zou komen ophalen. Leuk en aardig, maar ik heb niet zo heel veel zin in een wilde kat die straks jongen krijgt die dan ook weer wild worden en zich wellicht met elkaar gaan voortplanten. Niets doen was dus geen optie.

En dus haalde ik na lang zoeken in het dorp een vangkooi. De dierenarts had me gezegd dat het vangen van een wilde kat gemiddeld drie dagen duurt, dus ik had nog tijd genoeg om te bedenken wat ik zou gaan doen als ik haar gevangen had. Ik zette de val, legde er voer in en liep de loods uit. Ik was nog binnen gehoorsafstand toen ik een luide klap hoorde en een flinke schreeuw. En ja hoor. Ik had een kat gevangen. Niet na drie dagen maar na drie minuten. Wat moest ik nu in hemelsnaam met haar doen?
Ik reed naar de plaatselijke dierenwinkel en legde daar de situatie uit. ‘Oh oh oh, wat een drama’, zei de winkelier. Dat klonk niet heel hoopvol. Een paar minuten later stond ik me druk te maken over kattenbakkorrels. Moest je nu klonterende of niet-klonterende korrels nemen? Met geurabsorptie of zonder? Er stonden ik weet niet hoeveel soorten korrels en ik had echt geen flauw idee. Ik besloot de goedkoopste klontervormende korrels te nemen. Geen idee wat dat betekende maar de zak zag er leuk uit.

Even later zette ik Mies in een lege paardenstal. Terwijl ik de vangkooi verplaatste deed ze een poging om mijn vingers eraf te bijten en liet ze zien hoe mooi ze haar tanden had gepoetst. Een wilde kat is duidelijk geen huiskat. Ik besloot werkhandschoenen aan te doen.
Eenmaal in de stal liet ik haar los. Ik gaf haar een schuilhok wat ik normaal voor de konijnen gebruik, een kattenbak vol met korrels, eten en water. Maar Mies was en bleef boos, want ik ontnam haar de vrijheid. Ik knielde naast de vangkooi en deed het luik omhoog. In plaats van wegrennen probeerde ze me een oog uit te krabben. De poot met flinke klauwen vloog gevaarlijk door de lucht. Ik ook van jou, Mies.

Boze poes

Een paar uur later ging ik kijken of ze al een beetje tot rust was gekomen. De kattenbak stond in de hoek, de betonvloer lag vol met kattenpoep en er hing een misselijkmakende lucht. Mies wilde schijnbaar geen kattenbak. Of het nu klonterende, lavendelgeurende of gouden korrels waren. Die kleine tijger wilde niets.

We zijn nu drie dagen verder. De kat blijkt gevaarlijker dan onze hond. Steek echt je vingers niet naar haar uit want dan ben je ze kwijt. Maar ach, het arme beest kan hier ook niets aan doen. En dus heet ze gewoon Mies, doen we alsof ze hartstikke lief is en zorgen we zo goed mogelijk voor haar. In de hoop dat ze gezonde jongen krijgt die we goed tam kunnen maken en we daarna Mies kunnen laten steriliseren. Als we tenminste een dierenarts vinden die het aandurft om zijn vingers in de kooi te stoppen om haar te verdoven. Pasopvoorjevingers was toch echt een betere naam geweest!