Mooi mens

Vandaag was het wedstrijd op de rijvereniging. De rijvereniging waar ik al 18 jaar lang trouw lid van ben. De rijvereniging op de manege waar ik 18 jaar geleden een ongeluk kreeg.

Er was een grote dressuurwedstrijd georganiseerd, en ik vind het altijd leuk om te helpen. Ditmaal mocht ik schrijven. Wat een verrassing was het om de eigenaresse van Lucy in de ring te zien verschijnen. Lucy, de merrie die niet te laden was, kon eindelijk op wedstrijd. Haar eigenaren waren ontzettend blij dat ze mee kon. Ook kwam ik de eigenaresse van Caliënta nog tegen, de merrie die last had van verlatingsangst. Ook daar ging het ontzettend goed mee, en ook deze eigenaresse was heel blij.

Het schrijven was leuk. De jury was gezellig, we kletsten wat af en ondertussen kreeg ik ook nog de nodige informatie mee over het correct rijden van een proef. Altijd leerzaam!
Toen ik in de pauze naar de kantine wilde lopen, werd ik aangesproken door twee oudere mensen. ‘Sorry, misschien is het een rare vraag hoor, maar bent u niet het meisje wat hier ooit zo’n zwaar ongeluk heeft gehad? Een klap van een paard?’ Ja, dat was ik. Geen twijfel mogelijk.
Er ontstond een mooi gesprek. De mensen konden het zich nog goed herinneren. Hoe ik, vlak na het ongeluk, ook al bij deze wedstrijd hielp (of althans, een poging deed om te helpen). Hoe ik er had uitgezien, met de littekens nog zichtbaar op mijn hoofd, mijn gezicht nog niet gereconstrueerd. Ze vertelden me hoe bijzonder ze het vonden dat ik hier nu, 18 jaar later weer was. ‘Weer?’ vroeg ik. ‘Nog steeds hoor. Ik ben nooit echt weg geweest.’

Marloes en Brieske

De man en de vrouw konden het bijna niet geloven. ‘Moet dat niet moeilijk voor je zijn, steeds rond te lopen op de plek waar je leven voorgoed is veranderd?’, vroegen ze.
Ik heb er nog veel over nagedacht vandaag, over deze vraag. En hoe langer ik erover nadenk, hoe zekerder ik weet dat ik het juiste antwoord gegeven heb.
Nee, het is niet moeilijk. Het is niet moeilijk om daar te zijn. Maar dat komt niet doordat ik nou zo bijzonder ben, nee, dat komt door al die lieve mensen die ik daar heb leren kennen. De eigenaren en hun dochter, die me altijd zo goed geholpen hebben. Ik ben altijd blijven lachen, ook in het ziekenhuis. Maar hoe kon ik ook anders, als de grote baas van de manege je met je ziekenhuisbed en al een rondleiding geeft door het ziekenhuis. Ondertussen mijn bed zo snel als zijn benen hem konden dragen voor zich uit duwend. Ik weet nog hoe ik in een deuk lag. Hoe fantastisch ik het vond om als 10-jarig meisje op topsnelheid in mijn bed door de kelder van het ziekenhuis te sjezen.

Ik weet ook nog goed hoe leuk het altijd was op de manege. Dat ik daar altijd even alles vergeten kon. De revalidatie, mijn harde werken op school. Ik mocht er altijd mijn lievelingspony komen borstelen. En elke week stond er iemand voor me klaar om mij daarbij te helpen. Ze leerden me er weer paardrijden, ze leerden me er de basis van de omgang met paarden die ik nog elke dag met me mee draag. Ik leerde er Raffinette kennen, beleefde vele uren plezier met haar.

Ik reed er carrousel, ik deed mee met het ponykamp waarbij ik dicht bij de leiding sliep en niet in de drukte. En ik rijd er nog steeds. Ik kom nog wekelijks op deze stal, vol lieve mensen. En ook vandaag sprak ik er weer zoveel oude bekenden. De één hielp me altijd met Raffinette, de ander zat vaak aan mijn bed in het ziekenhuis. Er waren er die me over mijn angsten hielpen, en leeftijdsgenoten die mij weer even kind lieten zijn.

De vraag van de oude mensen maakte me bijna emotioneel. Bijzonder dat ik nog op deze plek kom? Nee! Het is een bijzonder plek. Waar ik heel graag kom.
Ik was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats, 18 jaar geleden. Het was niemand zijn schuld. Er waren ongelukkige omstandigheden die samenkwamen en waardoor mijn leven er voorgoed anders uit ziet, dat is waar. De vraag is alleen of mijn leven er slechter van is geworden. Zou ik me er ook van bewust zijn geweest hoe bijzonder het leven is?

Deze vraag, van twee oude mensen, op een zonnige zondag in augustus. Hij maakt dat ik nu mijn blog schrijf en deze gebruiken wil voor een dankjewel. Dankjewel, aan al die lieve mensen. Die wel weten over wie ik het heb. Dank jullie wel dat ik altijd kon blijven lachen. En dat jullie de plek waar mijn leven veranderde, altijd een mooie plek hebben laten zijn.

‘Je bent een mooi mens, Marloes’, zeiden de twee oude mensen. ‘Wat knap dat je zo in het leven staat.’ Dat compliment steek ik in mijn zak. Met de wetenschap dat ik het aan zoveel mensen te danken heb dat ik ben wie ik ben.