Nagelbijten in de tropen

Van hitte wordt een mens een heel stuk minder kritisch. Afgelopen woensdag vertrokken Gert, Aerro en ik richting Überherrn voor een internationale wedstrijd. De ouders van Gert reden met al onze spullen achter ons aan. De weerberichten voorspelden zon, zon en zon. Mijn koffer zat volgepakt met nette kleding voor op de wedstrijd en wat mouwloze shirts en korte broeken voor de momenten dat ik in het hotel zou zijn.
Donderdag, de dag van de veterinaire keuring van de paarden, begon mijn ijdelheid al wat af te nemen. Niet dat ik iemand ben die uren voor de spiegel kan staan hoor, maar ik wil er toch wel altijd netjes uitzien. Met temperaturen van ruim boven de 35 graden begon ik daar echter toch wat minder aandacht aan te besteden. Nog voor het middageten rolde ik mijn broekspijpen op tot 3-kwart lengte. Dat mijn benen gesponsord leken door de Melkunie interesseerde me eigenlijk niet zo heel erg veel. Ik was nog even van plan om voor de keuring een lange spijkerbroek aan te doen maar daar zag ik uiteindelijk toch vanaf. Het zweet liep me met mijn korter model ook al genoeg over mijn rug. Ik haalde er mijn persoonlijk record invlechten in de snelste tijd. Binnen 15 minuten had ik Aerro gevlochten en een half uur later stond ik zijn vlechtjes er al weer uit te halen. Aerro vond vlechtjes met warm weer namelijk helemaal niet zo’n goed plan. Die vlechtjes moesten er uit vondt hij, en dat kon prima door ze langs de waterbak te schuren. Dat leek me nou niet zo’n goed idee. Net zoals ik het niet meer zo’n goed idee vond om de rest van de week in T-shirts rond te lopen die al na een kwartier aan je lijf plakten. Ik verruilde mijn nette oranje ‘wij komen uit Nederland shirt’ voor een zwart, mouwloos exemplaar.

Aerro vetcheck Uberherrn

Vrijdag begon de wedstrijd. De organisatie vond het niet nodig om de aanvangstijd van Grade II te veranderen in verband met het warme weer. En dus stapte ik, terwijl het zo rond de 40 graden was, ’s middags om 14.15 op een topfitte Aerro. Wat een fantastisch paard is het toch. Niet alleen is hij ontzettend braaf, doet hij elke dag zijn uiterste best en is hij daarnaast ook nog eens super lief. Nee, hij laat zich niet uit het veld slaan door extreme temperaturen of hordes dazen. Hij zet gewoon zijn beste beentje voor alsof hij niet anders gewend is. We pasten uiteraard het losrijden aan de warmte aan. We lieten het galopperen geheel voor wat het was, bleven zo lang mogelijk in de koele binnenbaan en hielden zijn conditie nauwlettend in de gaten. Maar Aerro had duidelijk minder last van de warmte als ik. Terwijl bij mij het zweet over mijn rug liep, van mijn make-up-loze gezicht stroomde en mijn voeten in mijn laarzen sopten voelde Aerro niet vermoeid of ongemotiveerd aan.
Het losrijden van Gert ging top. Ik spoot ongeveer een halve fles dazenspray op Aerro leeg zodat hij zeker geen last van dazen zou hebben tijdens de proef en liep nog een rondje mee langs de ring. Aerro zag er tiptop uit, hij had weinig last van de warmte, weinig last van dazen. Niets stond een goede score nog in de weg.
Terwijl Gert zijn proef reed beet ik zo ongeveer mijn nagels van mijn vingers af van spanning. Het ging goed. Het ging goehoeed! Tot ineens de bel ging. Wat?! Aerro danste een mooie proef maar helaas was, zoals Frank Hosmar later zei, ‘de TomTom van de chauffeur stuk’. Gert maakte een programma fout. Toen hij die fout later wilde compenseren door een extra goede laatste uitgestrekte draf te laten zien werd hij wat overenthousiast en liet hij Aerro per ongeluk in galop aanspringen. Weg goede score.
Hoe lullig en vervelend ook, het kan de beste overkomen. Zó gefocust zijn dat je een foutje maakt. Balen. Natuurlijk. Maar vooral: niet bij de pakken neer gaan zitten. En dat deden we dus ook niet.

Aerro rond de ring

Het was een hele klus om Aerro fit en fruitig te houden. Koelen met water, koelen met koelelementen om de benen. Grazen in de schaduw, een zuchtje wind opzoeken. En dan hadden wij het nog niet slecht. Want wij stonden in een andere stal dan de rest van de Nederlanders. Aerro kan namelijk niet goed tegen stro, en in de tenten die waren opgezet voor de paarden lag dit rijkelijk in de gangpaden en de stallen. Het zou voor Aerro niet te doen zijn om met deze lage luchtvochtigheid, hoge temperatuur en daardoor veel stof, te kunnen presteren. De organisatie begreep dat en plaatste Aerro daarom in een ander gedeelte van het stallencomplex. Niet dat het daar niet warm was, maar het was er echt minder benauwd dan in de tenten. Het welzijn van het paard staat voorop. Ook al maakte het de sfeer van de wedstrijd minder, omdat we niet zoveel in contact waren met de overige Nederlanders.

Het werd zaterdag. Ik werd wakker met een compleet vermoeid lijf en verschrikkelijke rugpijn. Ik kon nauwelijks bukken en nauwelijks op een stoel zitten. Ik hield mijn adem in of ik Aerro fatsoenlijk kon losrijden voor Gert. Thuis gebruik ik dan vaak een spiercrème die de spieren warm maakt en daarmee gaat de pijn vaak over. Ik smeerde mijn rug er mee in, nam een pijnstiller en hoopte er het beste van. Naarmate het warmer werd kwam ik erachter dat warme crème en extreme hitte niet samen gaan. Mijn rug stond in brand. Oké, misschien was het zonder die zalf ook warm genoeg geweest voor mijn spieren. Maar wist ik veel. Het werd heet, heter en uiteindelijk stond ik in mijn BH in het gangpad met een handdoek verwoed het spul van mijn rug af te wassen. Kritisch? IJdel? Alles ging overboord, maar het werd alleen maar erger. Ik kreeg steeds meer zin om zelf onder de koude slang op de koelplaats voor de paarden te gaan staan maar dat zou er toch wel een beetje té gek hebben uit gezien. De SOS heating gel werd tijgerbalsem XXL voor gevorderden.
Het werd weer tijd om te rijden. Met mijn lange rijbroek, rijlaarzen en cap was het eigenlijk niet eens zo heel veel warmer meer als zonder. Warm was het namelijk toch overal. En we hadden een missie. Aerro zo goed mogelijk klaarmaken voor de proef van Gert. Het uitzweten van de crème bleek de enige oplossing en laat dat nou prima lukken als je om 11.30 in de zon moet rijden in een hittegolf waarbij het kwik regelmatig de 40 graden aantikte.

Jemig wat was het spannend. De afdrukken van mijn tanden stonden later in mijn vingers. Het ging weer zo goed als de dag ervoor en ik kon alleen maar hopen dat Gert nu geen fouten zou maken. Dat deed hij niet. Hij reed de beste proef tot nu toe. Het harde werken op de keertwendingen, waar hij zijn kaderscore in Roosendaal op verloor, werd beloond met twee voldoendes. Het wachten op de score duurde lang maar we konden een vreugdedansje maken. Hij had zijn internationale kaderscore gehaald. Missie geslaagd!!!

Aerro en Gert close up

Oké, het was een domper dat hij 8e stond in het klassement en de beste 7 de kür op muziek mochten rijden. Maar goed, die score nam niemand hem meer af. Toen we later die avond met z’n vieren in de buurt gingen eten om de goede score te vieren kon de sfeer niet meer stuk. Ik zat in het restaurant met een korte broek die ooit wit was geweest, een shirt dat aan mijn lijf plakte van het zweet, een petje dat vooral lekker zat maar niet bijster modieus was en mijn schoenen verruild voor slippers. Het kon me eigenlijk niet schelen. Het was warm, het was gezellig en als je een schoon shirt aantrok was het binnen vijf minuten weer nat en vies. Wie maakte het eigenlijk ook uit? Toen ik ook nog dacht dat Rikus een uit de kluiten gewassen augurk in zijn salade had zitten en hij er een groot stuk afbeet kregen we allemaal, op Rikus na, de slappe lach. De uit de kluiten gewassen augurk bleek peper te zijn en Rikus trok een mooie serie gekke bekken.

Terwijl we de spullen inpakten, Aerro lekker koelden onder de koude kraan en hem in de schaduw lieten genieten van zijn vrije uurtjes, genoten we van de prestaties van de mensen om ons heen. Nederland deed het top. De winst van Lotte, Rixt en Frank, de progressie van Sabine, de prestaties van Sanne, Demi, Nicole en Ilona. We keken de kür op muziek van Rixt en Uniek die een persoonlijk record pakten en zagen Demi met haar Vaness. We namen afscheid van Joyce en dierenarts Brenda en gingen op weg naar huis. Met een paard dat even fit was als toen we gekomen waren, een vuilniszak vol bezwete kleren maar vooral met de score die Gert zo graag wilde halen.