Vreemde eend

image

Al mijn hele leven voel ik me een vreemde eend in de bijt. Ik deed mijn best om dat niet te laten merken, wilde zijn zoals iedereen. Ik weet nog goed dat ik op de manege veel liever knuffelde en borstelde dan reed op mijn paard. Dat ik niet graag op de drukke wasplaats stond maar veel liever echt samen was met Raffinette. Gewoon, zij en ik, en verder even niemand. Ik vroeg me altijd af waarom mensen niet in stilte hun paard konden verzorgen. Ik voelde me best een beetje raar.

Ik mag geloof ik wel zeggen dat ik behoorlijk door de wol geverfd ben. Het zou een veel te droevig verhaal worden om allemaal op te schrijven, maar het is wel mijn basis. Steeds het idee hebben dat ik “anders” was. Veel eenzaamheid omdat ik continu leerde dat ik vooral mezelf niet mocht zijn. Ik moest dressuur rijden, presteren op school zoals mijn broer en zus, een beroep kiezen, niet laten merken dat ik een handicap had. Hard werken, geen emoties tonen. Het was dagelijkse stof voor mij.

Ik leefde mijn leven en had steeds het gevoel dat ik er niet bij hoorde. Keer op keer kreeg ik een gevoel van “ik” en “de rest”. Ik voelde me alleen op de wereld.
Was ik alleen dan was ik een ander mens. Was ik bij mijn moeder had ik een ander gezicht dan bij mijn vader. Of mijn oma, tante, klasgenoot of leraar. Steeds had ik mijn voelsprieten uitstaan: hoe zou ik me moeten gedragen? Wanneer zou deze persoon mij accepteren? Ik hoorde het te vaak: doe toch eens normaal! Maar hoe dan, dacht ik bij mezelf. En waar is er plaats voor míj?
Al die jaren zonderde ik me af. Ik had het best naar mijn zin in die kerk, ook al voelde ik me raar. Ik vond het best leuk op school, ook al dacht ik dat ik de enige was die “anders” was. Echte vriendschappen ging ik daarom niet aan. Wat als iemand ineens zou zien hoe ik werkelijk was? Dan was ik niet goed genoeg. Ik hield iedereen op afstand.

Toen kwam Gert. Er gebeurde ineens iets heel raars. Bij hem kon ik alleen maar mezelf zijn, iets anders lukte niet. Ik probeerde en probeerde maar niets hielp. Toch bleef hij. Wat gek! Ik was gewoon mezelf en hij vond me alsnog leuk. Ik wist niet dat het kon.
Stukje bij beetje ontdekte ik daardoor wie ik was. Voor de buitenwereld bleef ik hetzelfde. Nooit het idee dat er ergens echt iemand is die weet wie ik ben.
Daar ben ik klaar mee. Ik wil en kan zo niet meer leven. En dus spring ik nu in het diepe. Hé, jij daar?! Dit ben ik. En ik ben een beetje raar. Of misschien voelt dat alleen maar zo. Maar vandaag gooi ik de luiken open en laat ik iedereen binnen kijken.
Laat me maar fijn een beetje raar zijn.

Onze paarden lopen sinds kort op een Paddock Paradise. Een manier van weidegang die uitnodigt veel natuurlijk gedrag te vertonen. De paarden staan 24/7 buiten, óók het paard wat gereden wordt. Er loopt een paard dat op haar zevende met pensioen is gegaan gelukzalig zichzelf tonnetje rond te eten. Ik ben zo’n moeder die heilig geloofd in de autonomie en aangeboren goedheid van een kind. Ik geloof dus niet in “laten huilen” en “verwennen van een baby”. Met mijn wasbare luiers en mijn dochtertje die met vijf maanden zo’n 90% van haar behoeften op een potje doet omdat ik doe aan babyzindelijkheidscommunicatie (dat is een blog op zichzelf waard denk ik) ben ik ook al best een beetje anders misschien. Ik draag haar in een draagdoek. Heel veel, heel vaak en heel lang. Dat vinden we beide fijn. Ze hoeft zich nooit in slaap te huilen, of zelfs te huilen zonder te worden getroost, mag aangeven wat ze nodig heeft en dat krijgt ze dan ook. Het is tenslotte nog maar een baby. Als zij behoefte heeft aan nabijheid dan krijgt ze die, ook als het misschien even niet zo’n fijn tijdstip is. Ik blijk een moeder te zijn die vecht tot ze erbij neervalt als het aankomt op borstvoeding geven. Prima als een ander de fles wil geven hoor! Maar ik behoor niet tot die categorie. Ik ben van de categorie dragen, borstvoeding en samen slapen. Van gifvrij, houten speelgoed, van gezond eten, geen tv kijken maar liever een goed gesprek voeren of een boek lezen. Ik ben van in de wei zitten bij mijn paarden, naar ze kijken en van dat simpele “zijn” enorm te genieten. Ik ben van urenlange, stille wandelingen met de hond, van naar de kerk gaan als ik daar zin in heb en van thuisblijven als ik dat wil. Ik ben van autonomie, van thuisbevallen met een medische indicatie en dus het halve land door moeten voor een verloskundige die niet denkt in protocollen. Ik ben van luisteren. Naar de emotionele behoeftes van mijn kind, naar de verhalen en (on)uitgesproken woorden van Gert, naar de natuur, naar de behoeftes van onze huisdieren, zelfs het luisteren naar de stilte. Ik ben van mezelf druk maken om de hond en dus nooit zomaar een hele dag van huis gaan. Ik ben van mest uit de wei halen en daar voldoening uit kunnen halen. Van uren in de trein zitten omdat de kleine meid in de auto zo over haar toeren gaat. Van vijf maanden niet paardrijden en ’s avonds niet van huis kunnen omdat er een baby is die mij nog niet kan missen.

Ik las een slogan van iemand die ik prachtig toepasselijk vind:
Ik leef in liefde en volg mijn eigen weg.

Dit is wie ik ben. Misschien een beetje raar, misschien ook wel niet. Misschien moeten mensen wennen, misschien ook niet. Het is tijd om gewoon mezelf te zijn. Ik ben benieuwd wat me dat zal brengen. De laatste tijd heb ik erg de behoefte om een nieuwe start te maken. Dat heeft een duidelijke reden. Ik wil het verleden zo graag achter me laten, loslaten, opnieuw beginnen. Ik heb het gehad over verhuizen. Nieuwe plek, nieuwe mensen, schone lei. Wat als ik mijn lei nu eens gewoon uit wis. Als ik zeg: ik heb het even moeilijk gehad, er is veel gebeurd. Ik deed me stoerder voor dan ik was, maar stoer, dat ben ik eigenlijk niet. Ik ben juist heel erg zacht. Misschien ook een beetje raar, dat weet ik eigenlijk niet. En als dat zo zou zijn, hoe erg is dat dan?