Zoef!

Gisteren hadden Gert en ik wedstrijd met Aerro, in Lelystad. De wekker ging die ochtend al om 6 uur, en om 8.15 stond Aerro gevlochten en gepoetst in de trailer. Ik heb geloof ik nog tien minuten mijn ogen open kunnen houden, maar daarna viel ik toch echt in slaap.

Gert maakte me 10 minuten voor aankomst wakker. Het rook er zout, in Lelystad. En wat stonden er veel windmolens! Waar je ook keek, overal stonden molens te draaien. Ze hadden het maar druk met deze harde wind. Meteen wist ik: ik zou hier niet kunnen wonen. Wat een onrust, al die draaiende wieken in je ooghoeken.
We reden het terrein op van de wedstrijd. Een mooi, nieuw en strak terrein met een ruime parkeerplaats. En een windmolen.
Ik hoorde het in de auto al. Zoef… zoef… zoef… Dit zou niet mijn dag worden.

En dat had ik goed ingeschat. Eenmaal uit de auto was het niet alleen de wind die om je oren gierde en mij mijn focus ontnam. Nee, het was vooral die windmolen met zijn gezoef. Wat een ontzettend hard, onrustig geluid. Het bracht onrust in mijn hoofd.
Er waren drie banen om los te rijden, waarvan één binnen. Godzijdank. Want ik werd gek van dat gezoef. Ik liep naar de losrijhal, stapte er naar binnen en sloot de deur. Het gezoef ketste tegen de wanden en kwam twee keer naar je terug. Stereo gezoef dus. Dit ging hem niet worden.

De buitenbak lag precies onder de molen. Gezoef in het kwadraat. Dit ging hem ook echt niet worden. De onrust in mijn hoofd werd erger en erger.
Terug bij de auto waren mijn schoonouders ondertussen gearriveerd. Ik probeerde Gert uit te leggen dat het niet ging lukken met deze onrust. Het geluid van de molen zong rond in mijn hoofd, mijn hartslag was ondertussen ongeveer 130 slagen per minuut en ik kon mijn focus niet vinden. Waarom waren we hier? Mensen, kom op, we springen in de auto en maken dat we hier wegkomen! ZOEF!

‘Als je nu je oortje in doet’, zei Gert, ‘dan kan ik je gewoon helpen met het rijden en luister je naar mijn stem’. Zoef, zoef, zoef. ‘Wat zei je Gert?’
Hij herhaalde het. Ik hoorde iets van helpen, zoef, oortje, zoef, luisteren, zoefzoefzoef. Ik werd gek. Helemaal knetter. Kierewiet. Het voelde aan alsof mijn ogen uit hun kassen zouden ploppen. Ik deed mijn best maar hoorde maar halve zinnen. Het geluid van de molen werd steeds erger. Nee, natuurlijk werd het dat niet, maar ik ging er op letten.
‘Schat’, als je nou… Schat. Iemand noemde mij schat. Waarom zou iemand mij schat noemen? Nu? Goh, wat gek! Zoefzoefzoef. De rest van de zin was weer langs me heen gegaan. Wat zei je? Gert, laten we gewoon naar huis gaan. Paard terug in de trailer en met gierende banden hier vandaan. Zoef zoef zoef. WIL IEMAND DAT DING UITZETTEN?!

Maar een para-wedstrijd is soms ook echt een wedstrijdje eigenwijs zijn. En Gert wilde rijden, want we waren er nu toch. Zoef! Je bent gek, Gert. Niemand kan hier rijden. Je wordt hier knetter.
Maar Gert nam me mee naar een plek vlak achter de hal, waar het geluid van de windmolen overheen trok. Je hoorde niets. Niet eens de wind. Het was stil. Eindelijk.
Binnen vijf minuten was ik rustig. Maar losrijden, dat lukte niet. Want het geluid kwam over de manege heen en was alleen niet te horen als je tegen de muur bleef staan. En dus bleef ik daar tegenaan geplakt staan, met mijn oortje in om Gert te helpen met losrijden.

Ondertussen meldde Henny mij af. Gert kon rijden, maar ik niet. Ik zou gillend gek worden als ik los moest rijden met dat gezoef, en de kans dat ik mijn frustratie zou afreageren op mijn paard bestond. Ik weet dat ik dat kan als ik zoveel chaos heb in mijn hoofd, en ik vind het vreselijk. Maar het hoort bij mij, bij mijn NAH, en het enige juiste wat ik dan kan doen is gewoon niet opstappen. En dus zou ik dat niet doen. Jammer van de wedstrijd, eerlijk naar het paard.
De organisatie probeerde de eigenaar van de molen te bereiken met de vraag of hij niet tijdelijk stilgezet kon worden zodat ik alsnog kon rijden, maar dat bleek zo’n hels karwei dat ze daar niet aan wilden beginnen. En terecht. Ik was de enige ruiter die last had van het geluid.

Een kleine tien minuten later kwam er een vrouw van de organisatie zeggen dat ze met de jury had overlegd en dat ik binnen in de wedstrijdhal mocht losrijden. De hal waar je de molen amper hoorde, en waar ze speciaal voor mij de radio aanzetten om te zorgen dat ik me niet weer kon focussen op het monotone geluid van de molen. En zo kon ik dan alsnog starten. Met 11 minuten om los te rijden, maar ik was er blij mee. Nu ik mijn rust had kon ik weer focussen. Het lukte me om Gert te helpen met losrijden, om twee proeven voor te lezen bij Annemarieke en om zelf te rijden. 11 minuten was kort, maar ach. We zouden er gewoon het beste van maken. En dat deden we. We kregen een 9 voor het binnenkomen. Misschien ook omdat ik er zo blij uit moet hebben gezien. Nog geen uur geleden wilde ik alleen maar naar huis en nu reed ik een proef in.

De prijsuitreiking was leuk. Aerro haalde met Gert 2x een eerste plaats in Grade 2 en met mij werd hij twee keer eerste in Grade 3 die in handicap werd gereden met Grade 4. Met Gert was hij ook nog de beste combinatie van de dag.

Eind goed, al goed. Met grote dank aan de organisatie die zo goed meedacht en hielp met het zoeken naar een oplossing. Eenmaal weer buiten gingen we in een rechte lijn naar de auto. Het gezoef op de parkeerplaats deed mijn nekharen weer overeind staan. Op naar Neerkant maar weer, naar de rust. En als we ooit zelf stroom willen opwekken, dan nemen we zonnepanelen!