Blatende schapen

Wat was het warm gisteren. En wat heeft mijn lijf daar last van. Mijn benen willen niet, mijn armen doen het maar half en ik loop de halve dag met hoofdpijn. In de zon kan ik het gewoon niet volhouden.

Nu ben ik niet voor één gat te vangen, en dus heb ik een ‘zomerse dagen schema’. Zo ook gisteren. Om zes uur ging de wekker en stond ik fit langs mijn bed. Een uur later had ik ontbeten, liepen de paarden op de wei en zat Nelson met zijn halsband om klaar om te gaan wandelen. Het was heerlijk rustig in het losloop-gebied en Nelson had er pret voor tien.

Rond half twaalf zette ik de paarden in de paddock. Ze kunnen daar lekker in de stallen gaan staan als ze willen, uit de zon, en dat vonden ze een prima plan. Nelson wilde in huis op de koude tegels liggen. De konijnen kregen een parasol boven hun ren zodat ze ook in de schaduw konden en maakten hier dankbaar gebruik van. Paardjes blij, hondje blij, konijnen blij.
Nu hebben wij wat schapen van een kennis hier lopen om ons weiland te begrazen. En de schapen lagen in de volle zon. Ik maakte hun drinkbak schoon en vulde hem met schoon water en terwijl ik dat deed zag ik ze hijgen van de warmte. Arme schapen.

Dat kon natuurlijk niet, vond ik. En dus ging ik, met zware benen, richting huis voor een parasol. Niet dat ze daar met z’n 13 tegelijk onder zouden kunnen maar ach, het was beter dan niets. Ik sleepte me een ongeluk en maakte de parasol vast een de omheining van de longeercirkel. Moe maar voldaan klapte ik het ding uit en zag plotseling 13 schapen doodsbang naar de andere kant van het weiland rennen. ‘Schapen, hallo, dit is niet de bedoeling!’ Ach, ze zouden er vast snel aan wennen en in de schaduw gaan liggen.

Ik ging naar binnen, instaleerde mezelf op de bank en besloot anderhalf uur te slapen. Mijn lijf had rust nodig met die warmte. Anderhalf uur later bleek dat de schapen niet aan de parasol waren gewend. Ze lagen allemaal nog steeds zo ver mogelijk van dat enge ding vandaan in de volle zon. Bedankt hoor schapen! Mag ik zeggen dat ik jullie een tikkeltje ondankbaar vind?

20150603_173142

Later die middag zat ik in de keuken en zag ik in mijn ooghoek iets wits voorbij flitsen. Het was de parasol voor de schapen, die door de wind gegrepen bij de buren het weiland in waaide. Ook dat nog!
Ik hoopte dat niemand me achter mijn eigen parasol aan zag rennen die ik voor de schapen had neergezet die er doodsbang voor bleken, want erg intelligent vond ik mezelf niet. Ik klom over de omheining, hees de parasol eroverheen en hoorde achter me een hard ‘bèèèèèèè`’. Het waren de schapen, die allemaal kwamen kijken wat ik in hemelsnaam aan het doen was. Dat durfden ze dan weer wél.

Gedragsdeskundige voor mens en paard

De afgelopen drie jaar waren met stipt de mooiste van mijn leven. In 2012 begon ik met de opleiding tot gedragsdeskundige.
Ik weet nog precies hoe de eerste les ging. Petra stelde zich voor, vertelde wat we gingen doen de komende drie jaar en vroeg ons daarna één voor één naar voren te komen om in 2 minuten te vertellen wie je was.
Jemig. Ik vond het doodeng. Verlegen en onzeker als ik was stond ik met een mond vol tanden voor de klas. Twee minuten leken wel een uur.

We begonnen het eerste jaar met verschillende theoretische vakken. Anatomie bijvoorbeeld, maar ook leerden we de verschillende uiterlijke kenmerken van paarden te herkennen, leerden we alles over hun lichaamstaal en observeerden we op video uren en uren allerlei verschillende paarden.
De eerste praktijkweek was ook de week met de eerste tranen. We leerden er loswerken en leerden hoe je door middel van grondwerk problemen op kan lossen. We werkten er met Contessa, maar hielpen ook het paard van Helen dat niet meer voorwaarts wilde lopen omdat hij totaal niet meer gemotiveerd was. We hielpen er Beasley, die een fysiek probleem bleek te hebben en zijn eigenaren tot wanhoop dreef met zijn chagrijnige gedrag. We hielpen Melissa weer in het zadel van haar stoere haflinger, leerden een opstapprobleem op te lossen en gingen aan de slag met een paard dat overal bang voor was en zich dan los trok uit de handen van zijn eigenaresse. Wat de paarden ons leerden was zo ontroerend, zo speciaal. We zagen al in het eerste jaar dat deze trainingsmethode levens kon veranderen, zowel van paarden als van mensen.

IMG-20150426-WA0004 IMG-20150426-WA0006

Ook mijn leven veranderde. Het tweede jaar stond in het teken van persoonlijke ontwikkeling. Ik had helemaal geen zin in persoonlijke ontwikkeling. Ik vond dat allemaal maar flauwe kul. Ik wilde met paarden werken, niet met mezelf. Dat we naar Frankrijk moesten voor een hele week waarin we geen paard zouden zien vond ik belachelijk. Ik verzette me flink. Ik had geen zin. Ik vond het stom. Ik had dat niet nodig.
Toch ging ik. Samen met de liefste man van de wereld, mijn eigen Gert. Samen met de meiden die nu mijn beste vriendinnen zijn. Marjolein, Laura, Lisbeth en Melissa.
Het was de meest bijzondere week die ik ooit heb meegemaakt. Werken aan mezelf was het beste wat ik kon doen. Ik leerde dat ik jarenlang iemand probeerde te zijn die ik diep van binnen niet was. Ik vond er mijn ware ‘ik’ en keerde terug als een ander mens. Voor het eerst in mijn leven kreeg ik respect voor mezelf. Durfde ik keuzes te maken die misschien niet leuk waren voor de mensen die ik altijd tevreden had willen houden, maar die goed waren voor mezelf. Ik ontwikkelde me tot een nieuwe Marloes. Een Marloes waar ik zelf blij mee ben, waar ik respect voor had en waar ik van houden kan. Zachter, eerlijker, opener. Ik kan terugkijken op mijn leven en denken: het was misschien niet fijn, maar ik sta stevig op mijn pootjes. Ik ben gelukkig. Omdat ik ben wie ik wil zijn. Ik wil nu eenmaal veel aan mensen om me heen geven. Alles wat ik heb. En nog meer wil ik geven aan de paarden. Het gaat mij niet om geld. Het gaat mij niet om status. Het gaat mij niet om ‘doen wat de massa doet’. Het gaat mij niet om de beste willen zijn, kostte wat het kost. Het gaat mij om eerlijkheid, om elkaar helpen, om paarden helpen. Het gaat mij erom dat mensen zien dat je veel bereiken kan als je de moed niet verliest. Drie jaar geleden vond ik dat ik moest zijn zoals alle anderen. Omdat mensen me vertelden dat je alleen dán meetelt. Nu weet ik wel beter. Je telt mee omdat je er bent. Het maakt niet uit wie je bent, het gaat erom wat je geven kan. Liefde, betrokkenheid, zorgzaamheid. Het gaat om de vragen die je stelt aan de mensen om je heen. Ik vond mezelf in Frankrijk. Ik ben er mensen door kwijtgeraakt omdat ze niet begrepen dat ik mijn leven anders wilde inrichten, maar ik heb er nog veel meer mensen bijgekregen omdat ze zien wie ik werkelijk ben. Werken aan mezelf. Ik was er zo bang voor, en het heeft me zoveel gebracht.
Het werkte al snel door in mijn werk met de paarden. Paarden willen niet dat je tegen ze liegt. Een paard heeft niets aan je als jij je anders voordoet dan je bent. Mijn relatie met de paarden verdiepte zich.

Ik durfde ervoor uit te komen dat ik ook andere dingen met paarden leuk vond dan alleen maar het rijden. Ik durfde zelfs langzaam maar zeker te zeggen dat mijn talent juist in die andere dingen zit.
De relatie met Gert verdiepte zich. De intensieve week in Frankrijk, waar we allebei met ons billen bloot moesten, gaf een hele nieuwe dimensie aan ons samenzijn. Ik hoefde me niet anders voor te doen dan ik was, en al zeker bij hem niet. Het was precies zoals een predikant ooit zei: ‘God vraagt je niet om Mozes te zijn, of Job. Hij vraagt je om jezelf te zijn, want van jou is er maar één.’

De praktijk van het tweede leerjaar stond in het teken van trailerladen. Opnieuw werden er uren achter elkaar paarden geobserveerd tijdens het oplossen van trailerlaadproblemen door onze gepassioneerde docente Petra Vlasblom. We oefenden de ‘horizontale slinger’ tot onze armen er pijn van deden en draaiden met de lijnen tot het perfect was. We kregen les in lesgeven, leerden opnieuw veel over gedrag en gezondheid bij paarden en gingen zelf aan de slag met trailerladen. Met elk probleem dat ik oploste groeide mijn zelfvertrouwen en durfde ik stiekem tegen mezelf te zeggen dat ik hier eigenlijk heel goed in was.

20150426_123905

Het derde jaar brak aan. Een pittig jaar met veel praktijkdagen. Ik werkte met paarden die bang waren. Bang van water, bang van vliegenspray, bang van geluiden of spoken in de bak of het bos. We werkten met boze paarden, paarden die steigerden en paarden die eerder depressief leken. We werkten vol overgave met de haflinger Daimy, die bij zijn eigenaresse uit een rijdende trailer was gesprongen terwijl ze 80 reed en daarna tijdens elke poging over de voorstang sprong. Wat was het een mooi proces om te mogen meemaken. Wat was het mooi om getuige te mogen zijn van de ups en downs tijdens de training. Het doorzettingsvermogen van zijn eigenaresse te mogen zien en haar tranen te helpen drogen als het weer eens tegen zat en onze tranen van geluk te laten stromen toen het probleem uiteindelijk was opgelost.

Het jaar stond in het teken van het maken van de eind-examenopdrachten. Ik gaf los- en grondwerklessen, verzorgde een clinic met Contessa, loste diverse gedragsproblemen op en ging als kers op de taart aan de slag met een jonge merrie die zich op de meest gevaarlijke manier liet vallen voor de trailer omdat ze zo ongelooflijk bang en boos was. Ze had als veulen op de trailer gemoeten toen ze daar mentaal niet aan toe was. Het trauma van haar was zo groot dat ze levensgevaarlijk gedrag vertoonde. In één training kon ik het gedrag ombuigen en stapte ze vol zelfvertrouwen de trailer op. Ik wist het zeker: hier ligt mijn talent.

Nu zit het erop. Het kostte bloed, zweet en tranen. Uren van studeren, oefenen, vallen en weer opstaan. Van trainen, aan mezelf werken, bijschaven en ontwikkelen. Van veel paarden in handen hebben, van observeren, leren. Van grenzen ontdekken. Van fysieke grenzen overschrijden en daar mee leren omgaan.
Het is gelukt. Ik mag mezelf één van de vijf afgestudeerden van jaargang 2012 noemen.

Vanaf vandaag ben ik officieel gedragsdeskundige voor mens en paard.

20150426_124000

Trouwen lijkt op paardrijden

Paardrijden. Wat een fantastische sport. Samenwerken met je paard, het dier waar je zo gek mee bent. Er gaan ontzettend veel uren inzitten om te werken naar dat ene hoogtepunt, die belangrijke wedstrijd.

Uren ben je bezig met trainen. Dressuuroefening na dressuuroefening wordt tot in de puntjes geoefend en voorbereid. Ondertussen zorg je dat je paard zijn werk leuk blijft vinden door hem lekker op de wei te zetten, een bosritje aan te bieden en leuke dingen met hem te doen. De meeste vrienden zien je alleen op je hoogtepunt: in de wedstrijdring.
Ieder stukje leer is gepoetst, al het metaal glimt je tegemoet. Paard keurig gevlochten, zijn staart geborsteld en zijn voetjes spierwit. De ruiter in een jasje, de laarzen glimmen, de plastronspeld schitterd in het zonlicht. De mensen op de tribune houden hun adem in en genieten. Genieten van dat ene moment. Na zo’n zes minuten zit het er weer op.

Als ruiter weet je dat er veel meer bij komt kijken. Uren van trainen, van bloed, zweet en tranen. Je traint in de regen, in de kou, in de bloedhete zon, in een bak die op een zwembad lijkt of juist op de Sahara. Je hele leven bestaat uit je sport. En dat alles voor die zes minuten.

Ik ben erachter gekomen dat trouwen en paardrijden behoorlijk wat overeenkomsten hebben. Toen Gert en ik onze trouwdatum bepaalden en die nog ruim zes maanden voor ons lag, maakte ik me geen moment zorgen. Vier weken later bestaat ons leven zo ongeveer uit trouwen. De wereld lijkt veranderd in een grote winkel vol trouwartikelen. De social media helpen niet erg mee. Plots word ik bekogeld met advertenties die te maken hebben met een trouwpartij. Van een fotograaf tot bruidslingerie en van trouwauto’s tot bruidstaarten, alles komt voorbij. Plotseling zie ik ineens winkels die me nooit eerder waren opgevallen. Een winkel met ‘suikerwaren voor doop en bruiloft’ bijvoorbeeld, en een fotograaf die mooie reportages maakt. Voor een belachelijk hoog bedrag, dat dan weer wel.
Want mijn hemel, wat is een bruiloft duur. Voor een plastic poppetje van Suske en Wiske betaal je misschien een tientje, maar voor een plastic figuurtje van een bruidspaar voor boven op de taart vraagt men zonder schande gewoon zomaar 65 euro.

DSC_0529 (800x532)

Gewapend met mijn zusje als ceremoniemeester gaan we alle koopjes af. Nu zal je denken, Marloes had toch alleen een oudere zus? Klopt. Maar ze is nou eenmaal twee koppen kleiner als ik en daarom heet ze mijn zusje.
Ze mag dan klein zijn, ze is groots in creativiteit. Van bloemstukjes tot ‘Save-The-Date’ kaarten, ze heeft overal een betaalbaar alternatief voor dat wij nog veel leuker en origineler vinden dan alles wat er langs komt via de advertenties waar mijn Facebookpagina vol mee staat en mijn hoofd van overloopt.

Leven bestaat uit trouwen. Plotseling kom ik erachter dat zes maanden helemaal zo lang niet duren. De gastenlijst is niet compleet, er ontbreken nog adressen. We moeten ineens bedenken hoe onze dag eruit moet gaan zien en beslissingen nemen over dingen die onze gasten waarschijnlijk net zo veel op zullen vallen als onze gepoetste sporen. Ooit wel eens gehoord van een ringkussentje? Nee? Ik ook niet. Tot vandaag.
We moeten er één uitzoeken en zien na een half uur door de bomen het bos al niet meer. Alsof er ook maar één gast zal zijn die tijdens de dienst op zal staan en zal roepen: nou, wat hebben jullie toch een afgrijselijk ringkussentje!

En toch neem je alles serieus. Zoals je dat ook doet wanneer je die dressuurring in rijd. Je sporen zijn gewoon gepoetst, ook al weet je echt wel dat je geen punt minder zijn krijgen als je dat een keer over zal slaan, en zo gaat het ook met het ringkussentje. En de trouwkaarten. En de versieringen. En, en, en…

Wat een chaos. De keukentafel ligt vol met papieren, met foto’s, kaarten, half geschreven enveloppen en kladbriefjes. Hopelijk is dat zusje van mij iets beter in planningen maken en kan ze de orde wat handhaven. Dat er nog heel wat momenten zullen volgen waarin we, net als met het passen van de trouwjurk, de slappe lach zullen krijgen staat als een paal boven water. Dat ik nog een keer in paniek zal roepen dat het allemaal niet lukt, óók.

Als je dagen aan het voorbereiden bent voor een dressuurproef die in zes minuten voorbij is, dan is het vast ook niet zo gek dat het maanden duurt voor je een bruiloft hebt voorbereid waar je één dag over doet. Tot nu toe lijkt het gelukkig ook zo te zijn dat, net als met het rijden van de wedstrijd, de weg ernaartoe bijna net zo leuk is als het grote moment zelf.

Rustig aan… Adem in, adem uit. Nog vijfenhalve maand. Komt goed, tijd zat.
Ow hemel, nog vijfenhalve maand. We halen het nooit!!!

Hoe dan ook, wij hebben er zin in! En al zou Gert in zijn pyjama komen of trekt hij een boerenkiel aan: ik zou niet minder van hem houden!

 

Les met Tess

Afgelopen zaterdag ging ik voor het eerst sinds een jaar naar de les met Tess. Jemig, wat vond ik het spannend.

Ik had thuis al wel weer gereden, maar het ging allemaal niet vanzelf. Nu hoeft dat ook niet, maar het ging eerder bergafwaarts dan bergopwaarts. Het is niet makkelijk met Tess. Oh oh wat is ze bang. Het was tijd om naar iemand toe te gaan die verstand van zaken heeft en ons goed kan begeleiden vanaf de grond. Alleen is immers ook maar alleen, niet waar?!

Tess voelde het ’s ochtends al aan leek het wel. Ze stond de hele dag zenuwachtig in de paddock te drentelen. Hoe langer ik haar zag staan hoe minder zin ik kreeg om haar mee te nemen. Was dit nu wel zo’n verstandig besluit geweest? Om half drie was het tijd om te vertrekken. Ik besloot haar nog even te longeren voordat ze de trailer op moest. Dat gekke gedoe ook…
Longeren ging goed, maar terug naar de stal ging minder. Ze was zó nerveus dat ze in galop door de staldeur vloog. Uuuuuhh… en ik moest hier over een uur op gaan zitten???

20150404_181125

Ondanks het feit dat ze goed bekend is het met reizen vond ze ook dat nu erg spannend. Ze kwam trillend als een rietje van de trailer af en de moed zonk me in de schoenen. Als ruiter met fiks hersenletsel op een volledig getraumatiseerd paard gaan zitten is nou eenmaal niet de meest ideale combinatie. Terwijl het angstzweet me over de rug liep en Tess op de benen stond te trillen was het toch echt tijd om op te stappen. ‘We beginnen gewoon rustig’, zei Ireen. Nou, zij wel misschien, maar voor mij voelde dat toch een tikje anders.

Tess voelde als een vat vol buskruit van 600 kilo. Dat gevoel hielp niet echt mee om rustig te blijven ademhalen, laat staan de chaos in mijn hoofd tot rust te brengen. In mijn hoofd zag ik mezelf op de grond liggen met een cap vol zand, zag ik Tess in volle vaart rondrennen en bedacht ik me wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Niet echt gedachten die hielpen om te genieten van de overwinning die we behaald hadden: we konden weer naar de les!

Wat ik op zulke momenten doe? Waarschijnlijk gewoon met hele grote ogen en een lijkbleek gezicht wat hulpeloos voor me uit kijken. Ik maak de opdrachten die me gegeven worden heel klein. Handen laag. Dat kan ik. Achterover zitten. Dat kan ik ook. Degene die in het midden staat moet goed weten wat ik dan nodig heb. Korte, duidelijke opdrachten. Geen ellenlange teksten en vooral geen keuze kunnen maken. ‘Rij nu een gebroken lijn. Nu’.
Dat is duidelijke taal. Geen “hoe zou je het vinden als je aan de overkant eens een gebroken lijntje zou gaan rijden”.
Wattuh? Wat moest ik doen? Nee, ik geloof niet dat ik dat een goed idee vind. Nee, dat kan ik niet joh. Wat zei je nou eigenlijk? Iets met een gebroken lijn geloof ik. Of moest ik nou van hand veranderen? Ach weet je, ik stap gewoon rechtuit. Goed?
Nee, dat is niet handig. Maar je moet als instructeur dan wel maar even mooi de leiding durven nemen. Kort en duidelijk zijn, en toch zacht en vriendelijk zodat iemand je blijft vertrouwen.

Ireen was er goed in. Binnen twintig minuten reden Tess en ik in een lekkere draf de hele bak door. Vol vertrouwen en met een glimlach op mijn gezicht. En ik kon het niet zien, maar ik weet zeker dat ook Tess een glimlach om haar mond had. Duidelijk zijn. Uiteindelijk is dat ook voor haar het beste.

 

 

 

 

 

 

Morgen probeer ik het opnieuw

Leven met hersenletsel, het is lang niet altijd zo makkelijk als het lijkt.

Soms heb ik dagen dat ik heerlijk bezig ben en eigenlijk niet veel last heb. Zo ook vandaag. Ik longeerde Tessa met het zadel op en wilde daarna gaan rijden. Nu doe ik dat lang niet meer zoveel als eerder. Een keer of twee in de week is voorlopig nog wel genoeg. Ze is braaf, ze doet altijd haar best en zet geen stap verkeerd.

Met longeren was ze rustig. Ik liep van de longeercirkel naar de buitenbak, zette het krukje naast haar en steeg op. Meteen, om onverklaarbare reden, brak het angstzweet me uit. Mijn benen begonnen te trillen, mijn spieren verkrampten en de tranen liepen me over de wangen. Bang, zo ontzettend bang…
Met Aerro maakt dat niet veel uit. Aerro zorgt voor me. Die neemt me bij wijze van spreken bij de hand en zegt: ‘kom op, wij kunnen dit’. Tessa is een heel ander geval. Tessa gaat volledig mee in mijn paniek. ‘O jee, er is iets, er is iets, er is iets! Binnen een minuut had ik een paard onder me dat stond te stuiteren en met haar hoofd aan het schudden ging van de zenuwen. Ze voelde aan als een vat buskruit.
Niet echt een gevoel waar je angst van afneemt. Integendeel. Ik stapte een rondje, Tessa schrok een aantal keer van spoken die we samen zagen en werd steeds zenuwachtiger. Ik stapte af.

Zodra mijn voeten op de grond stonden begon het gevecht met mezelf. Waarom gebeurde dit nu? Waarom kon ik mijn angst niet weg redeneren? Waarom gaf ik er aan toe? Had ik niet met mezelf afgesproken dat ik dat niet meer zou doen?
Ik zuchtte een paar keer diep, liep samen met Tess een rondje, zette haar weer bij het krukje en steeg weer op. Het ging geen haar beter dan de eerste poging en na een half rondje stond ik er weer naast.
Nog banger maar vooral nog bozer op mezelf. ‘Kom op, Loes’, dacht ik. ‘Dit ga je niet doen!’ En ik steeg weer op.
Nadat ik voor de zesde keer was opgestapt kon ik enigszins de rust vinden. Tessa ontspande wat en ik hield het tien minuten vol om haar in stap aan het werk te zetten. Na die tien minuten was ik volledig uitgeput.
Het was genoeg voor vandaag. Het leek echt helemaal nergens op, maar ik had niet aan mijn angst toegegeven. Hersenletsel betekend voor soms extreem bang zijn. Het betekend soms niet willen accepteren dat iets niet lukt wat de dag daarvoor gewoon prima ging. Het betekend vechten met mezelf en blij zijn met elke overwinning.

Soms moet ik mezelf herinneren aan de uitspraak die iemand me ooit leerde:

‘Courage does not always roar. Sometimes courage is the quiet voice at the end of the day saying, ‘I will try again tomorrow.’

Of, in het Nederlands (vrij vertaald): Moed brult niet altijd. Soms is moed de zachte stem aan het einde van de dag die zegt: morgen probeer ik het opnieuw.

Slappe lach

Mollen vangen. Het blijkt nog lang niet zo simpel dan het lijkt.
De eerste mol ving ik ergens eind december. Ik zette ’s avonds de klem zoals ik dat ooit geleerd had, ging de volgende ochtend kijken en jawel: meneer mol was op bezoek geweest. Mooi!

Het mooie, strakke, groene grasland werd echter al snel versierd met een nieuwe rij molshopen. Mevrouw mol was kennelijk aan het verhuizen gegaan en maakte daarmee een nieuw gangenstelsel. Afgelopen week heb ik de klem al twee keer verzet. Hij is steeds dichtgeklapt, maar er is geen mol te bekennen. Deze mol zit me dus óf ergens heel hard uit te lachen, óf er is iets anders aan de hand.

Vanmorgen ging ik, gewapend met schepje en mollenklem, opnieuw op mollenjacht. De eerste hoop die ik openmaakte bleek niet geschikt voor het zetten van een klem en dus ging ik op zoek naar een andere hoop. Toen ik die uiteindelijk gevonden had waren mijn knieën al behoorlijk nat van het vochtige gras en waaide mijn haar alle kanten in. Voor de klem goed en wel op spanning in het gat stond was het gaan regenen. Ik maakte het gat netjes dicht en hoopte dat ik deze keer wél een mol zou vangen.

Later op de dag stond ik Contessa longeren en vroeg ik me af wat die gekke Dinky aan het doen was op het weiland. Hij stond in de hoek te bokken en te springen en had kennelijk de tijd van zijn leven. Waarom? Geen flauw idee.
Daar kwam ik echter al snel achter. Toen ik zojuist Dinky van het land wilde halen ging ik eens kijken waarom hij toch in die hoek stond te dartelen. Het kleine rijtje molshopen was veranderd in één grote, zwarte, diepe kuil. Overal stonden hoefafdrukken ter grootte van een eetlepel. De mollenklem was nergens meer te bekennen.
Dinky keek heel trots in het rond op zijn mini-hoefjes. ‘Kijk baas, ik heb dat ijzeren ding verstopt! Knap hé!’
Ik weet zeker dat er ergens een mol de slappe lach heeft. En ik weet ook zeker dat die mol morgen opnieuw niet meer bijkomt van het lachen, als hij in de gaten heeft dat ik op mijn knieën de klem zit te zoeken die ik voor hém verstopt had.

Future Groep met bibberbenen

Soms is een tegenvaller voor de één, een meevaller voor de ander.
Na het stelen van onze zadels bleek het op zijn zachtst gezegd niet simpel om een zadel passend te krijgen voor Aerro. Het ene zadel vindt meneer te hard, van het andere vindt hij de kussens te breed en het derde schuift naar voren. De hardnekkige griep die de zadelmaker geveld heeft maakt het allemaal ontzettend onhandig en zorgt ervoor dat we al weken aan het prutsen zijn met bontjes, lapjes en handdoeken om het zadel op zijn plaats te houden.

Het gekke is dat Aerro er veel meer last van heeft als Gert op zijn rug zit, dan wanneer ik dat doe. Als ik met handdoek tussen het zadel en de schoft rij blijft het zadel prima liggen en loopt Aerro heerlijk ontspannen door zijn lijf. Gaat Gert er dan opzitten dan schuift het zadel na de eerste bocht naar voren en gaat Aerro op de rem staan. Meerdere uren hebben we geprobeerd om iets te verzinnen wat wél zou blijven liggen, maar helaas. Tot op heden hebben we nog niets gevonden.

IMG_5882

Gisteren stond er een training in Ermelo op het programma. Alle ruiters die 66% of meer hebben gescoord in een individuele proef maar niet in een kader zitten, komen in de Future Groep. Gert haalde in zijn individuele proef ruim 68% en werd daarmee uitgenodigd voor een training van bondscoach Joyce Heuitink in Ermelo. Met het zadel dat zo verschuift is het niet bepaald diervriendelijk om door te rijden, en we besloten daarom dat Gert pas weer op paard kan als het zadel past, hoe erg dit ook is.

Joyce was het meteen met ons eens, maar omdat Aerro bij mij gewoon super fijn loopt stelde ze voor dat ik zou komen lessen in plaats van Gert. Omdat ik Aerro altijd voor Gert los rijd zou ze ons daar mee kunnen helpen.
En dus gingen we gisteren op pad. Het was voor mij voor het eerst dat ik in zo’n grote hal reed. Mijn hoofd ging volledig in staking en vond het nodig om alles spannend te vinden. Al snel stond ik letterlijk met knikkende knieën naast een volledig ontspannen Aerro en moest ik mezelf even streng toespreken.

Joyce kon er gelukkig wel om lachen, om die bibberbenen van mij, en hielp me ontzettend goed om gefocust te blijven op het rijden in plaats van op mijn (oncontroleerbare) angst. Het halve uur vloog voorbij. Het zweet liep over mijn rug, mijn tong hing op mijn schoenen en het trillen van angst ging over in trillen van vermoeidheid. Aerro deed ontzettend goed zijn best en trok zich niets van mijn gebibber aan.

Het was een hele leuke, maar ook leerzame ervaring. Naast het rijden is het ook gewoon heel fijn om samen met Gert op pad te zijn en te merken dat we zoveel progressie maken met “ons Aerro”.
Vandaag ga ik nog maar eens kijken of we niet alsnog iets kunnen verzinnen waarmee het zadel op zijn plaats blijft liggen. Aankomende zaterdag staat er een wedstrijd in Genemuiden op het programma, en het zou toch erg jammer zijn als Gert er niet zou kunnen starten. Zelf start ik zaterdag voor de eerste keer een individuele test en dat betekend dat ik voor het eerst zal rijden in een 20 x 60 baan. Wordt vervolgd dus!

Ups en downs

Soms heb je van die dagen dat het gewoon allemaal niet lukken wil. Zo’n dag had ik gisteren. En de dag daarvoor eigenlijk ook al. En de dag dáárvoor ook.

Gisterenmiddag baalde ik overal van. Van het feit dat de tandarts was geweest voor de paarden en Tessa slecht reageerde op de verdoving tot Nelson die weer eens puberstreken aan het uithalen was en een knoop in zijn oren had gelegd. Dinky werd omgedoopt tot Stinkie omdat ze zich niet liet vangen en ik had het koud. Héél koud.

20150212_113542
Ik reed, zoals afgesproken, Aerro los voor Gert en ging daarna langs de kant zitten. Dat het vroor maakte mijn humeur er op zijn zachtst gezegd niet beter van. Ondanks de lage temperatuur kwam het stoom me uit de oren.

Zodra Gert klaar was met rijden ging ik naar binnen. Ik was boos. Op alles en iedereen en nog het meest op mezelf. Waarom was ik nou boos?!
Ik plofte op de bank neer en trok de electrische deken over me heen. Ik zette hem op de hoogste stand en besloot met een rothumeur dat ik niets meer ging doen die avond.
Mijn lijf vond dat een prima plan. Mijn benen deden zeer, mijn linkerhand was al de hele dag volledig in staking en ik had hoofdpijn. Dat praatte het alleen niet goed dat ik mezelf niet van de bank afschopte om te gaan koken en dus moesten we het die avond doen met opgewarmde kippensoep (sorry Gert).

Ik ging vroeg naar bed, nog steeds met een rothumeur en een pijnlijk lijf. En zo stond ik vanmorgen ook weer op.
Tot ik mezelf vanmorgen toch maar eens even streng toesprak. ‘Oké, Loes. Dit gaat niet helpen. De dingen gaan echt niet veranderen als jij met een gezicht op onweer rond loopt’.
Het lukte me alleen niet om iets te gaan doen. Ik wilde wel maar mijn hoofd zat te vol.

Uiteindelijk besloot ik maar gewoon aan mijn volle hoofd toe te geven. Het leven gaat nou eenmaal met ups en downs, daar verander je niets aan. En als je dan ook nog een hoofd hebt dat volledig chaotisch wordt dan is het niet gek dat het even niet meer lukken wil.
Ik ging wandelen met Nelson. Even van het prachtige weer genieten. We maakten een geweldige wandeling in Helenaveen en genoten van elke meter. De stilte, de zon, de fluitende vogels, de rust. Door het bewegen werd mijn lichaam weer wat soepel en zakte de pijn. Nelson die met zijn vrolijke sprongen een lach op mijn gezicht toverde. Heerlijk.

IMG_2763

 

Respect en vrijheid

De samenleving veranderd. Steeds vaker worden er discussies gevoerd over onderwerpen waarvan velen niet eens wisten dat er een probleem was. Neem nu Zwarte Piet. Voor de één een symbool van een kinderfeest, voor de ander het symbool van slavernij.

Steeds vaker vraag ik me af of we als samenleving wel begrijpen wat vrijheid van meningsuiting inhoudt. Natuurlijk, iedereen heeft een mening en dat is prima. Dat we in een land wonen waarin iedereen voor zijn eigen mening uit mag komen is een groot goed. Wat me wel vaak opvalt is dat veel mensen denken dat vrijheid van meningsuiting betekend dat je alles zomaar kan roepen. Of schrijven op social media, want vooral dat lijkt een ware hype te zijn. Lekker anoniem, lekker achter je scherm en geen idee wie je kwetst.

De aanslagen in Parijs gingen ook over die vrijheid van meningsuiting. Afschuwelijk wat daar gebeurde. Er is geen enkel excuus om het vuur te openen op wie dan ook.
Toch vraag ik mij af waar de grens ligt bij het geven van je mening. Overal verscheen de tekst ‘Je suis Charlie’. Mensen veranderden hun profielfoto op facebook en gingen de straat op met borden. Dan vraag ik me toch even af: weet iedereen wel wat er gedrukt staat in dat blad? Nogmaals, het is een heel groot goed dat we mogen zeggen en schrijven wat we vinden. Het is goed dat er persvrijheid is en het is goed dat er een vrijheid van geloof geldt. Maar is het ook goed dat je spotprenten drukt waarvan je weet dat je er mensen mee kwetst? Is het goed om je mening te verkondigen terwijl je weet dat er mensen verdriet om zullen hebben? Is het goed om een hele geloofsgroep belachelijk te maken met tekeningen waarvan jij ze grappig vind? Ik vind van niet.
Ik vind dat er wel degelijk een grens is in onze vrijheid van meningsuiting.

Politici vliegen elkaar tegenwoordig in de haren met allerlei woorden die eerder nooit in Den Haag gesproken werden. De één beschuldigd de ander er zelfs van hetzelfde te doen als de terroristen die eerder die maand een slachtpartij aanrichten. Vrijheid van meningsuiting of respectloos?

Een ver van mijn bed show? Nou, vergeet het maar.
Deze week werd er in het Parool een ingezonden brief gepubliceerd. De gehele brief is hier te lezen.
Het artikel gaat over Jumping Amsterdam. Of beter gezegd: het welzijn van de paarden tijdens Jumping Amsterdam.

“Gert van den Hof doet in zijn ‘act’ hetzelfde. Het jonge, onbeleerde paard wordt in een voor hem uiterst benarde situatie gebracht. De goed getimede boodschap is telkens onverbiddelijk: doe wat je gevraagd wordt en angst, pijn of ongemak gaat weg. Het overlevingsinstinct van het paard zegt hem zich aan te passen.”

“Kundig? Mmm. Ethisch verantwoord? Nou, nee. Het lijkt me zonder meer duidelijk dat in deze rodeoact de geestelijke en lichamelijke integriteit van het dier ernstig geschonden wordt”…

…”De trainingsmethoden binnen de paardensport staan de laatste jaren ter discussie. Na het zadelmak maken volgt voor veel paarden nog een leven met zware, dagelijkse trainingen. Tijdens die trainingen vinden stevige correcties plaats met sporen, bit en zweep. ‘Doe wat je gevraagd wordt’ is steeds het motto. De paarden die door de zware selectie komen, verworden tot geperfectioneerde sportrobots, waar het publiek zich aan mag vergapen”…

…”Verbazingwekkend dat we dit allemaal voor zoete koek slikken. Ons inleven in dieren die net als wij pijn kunnen ervaren en emoties hebben, is kennelijk nog niet zo makkelijk.”

Is dit nou werkelijk nodig? Is het werkelijk nodig om een vakman zo door het slijk te halen? Het zal geen verassing zijn dat ik geen fan ben van de methode van Gert van den Hof. Betekend dit dat ik vind dat we hem publiekelijk aan de schandpaal moeten nagelen? Nee!
Is het respectvol om te schrijven dat paarden na het zadelmak maken, iets wat op verschillende manieren gebeurd en waar paarden echt niet per definitie een trauma aan over houden, een leven tegemoet gaan van angst en pijn?
Ik vind het ontzettend jammer dat de schrijfster van dit artikel niet schrijft in de ‘ik’ vorm. Want ze schrijft het nu alsof het de waarheid is, en niet een mening. En de vraag is wel degelijk of het wel de waarheid is die ze schrijft. Ook wij hebben sportpaarden en die hebben geen zwaar, triest leven.

Ik ken een aantal mensen die op Jumping Amsterdam hebben gereden. Ik durf er mijn beide handen voor in het vuur te steken dat er niemand bij zit die ’s ochtends opstaat met het idee zijn paard eens even het leven zuur te gaan maken. Volgens mij staat Gert van den Hof ook niet met dat idee op ’s ochtends. Als we dan toch een mening hebben over de manier waarop er met paarden wordt omgegaan, laten we dat dan doen met respect voor elkaar. Discussie voeren over het welzijn van paarden is altijd goed. Welzijn van paarden moet namelijk altijd voorop staan en waar er wat te verbeteren valt is dit altijd wenselijk. We weten allemaal dat er misstanden zijn in de paardensport die uit de wereld geholpen mogen worden.

Als we een dialoog willen aangaan moeten we dit soort artikelen niet willen hebben. In plaats van het openen van deuren, worden er nu deuren hard dichtgegooid omdat mensen beledigd en gekwetst worden. En dan heb ik het alleen nog maar over het artikel. Om over de reacties die geplaatst worden op social media nog maar te zwijgen. Daar lezen we dat er mensen zijn die vinden dat Gert aan de hoogste boom mag worden opgeknoopt. Weten die mensen wel wat ze schrijven? Dat ze het niet alleen op hun eigen scherm zien verschijnen, maar dat dit de wereld in gaat?

Iedereen heeft zijn mening. De één rijd zonder zadel, de ander met. De één laat zijn paard in 15 minuten zadelmak maken en de ander in drie maanden. Wil de eerste ruiter die zegt zijn paard zonder druk te trainen even opstaan? Wil de eerste ruiter die zegt nog nooit een fout te hebben gemaakt op het gebied van dierenwelzijn daar naast gaan staan?
Ik zal in elk geval niet zeggen dat ik nooit fouten heb gemaakt met mijn paard. Gelukkig waren er mensen om me heen die me op een respectvolle manier alternatieven leerden kennen en me niet meteen publiekelijk om de oren sloegen.
Zullen we dat zo houden in de wereld? Laten we wat zachter zijn tegen elkaar en onze vrijheid niet gebruiken om elkaar te kwetsen.

Wees wie je wil zijn

Deze week stond er een mooi gedicht in ons dorpsblad ‘De Klepel’.

Wees wie je wil zijn
Met al je plussen en je minnen
Met je onrust en je pijn
En met je liefde diep vanbinnen

Met je zorgen, je vertrouwen
Met je vreugde en je leed
Met wat zich nog zal ontvouwen
en
Met wat je het liefste maar vergeet

Met je warmte, je bezieling
En met jou spontaniteit
Met je pracht gevoel voor humor
Met je stijl, je waardigheid

Wees wie je wil zijn
Dan wint jou licht aan pracht en gloed
Dan zal je stralen, vanuit je kern
Omdat je dan… jezelf ontmoet!

(Bron onbekend)